Over de Hoge Raad
De Hoge Raad bestaat uit onder andere de Hoge Raad en het parket bedrijfsvoering. De organisatie van raad en parket is gebaseerd op het onderscheid in de drie rechtsgebieden, waarop de cassatierechtspraak aan de Hoge Raad is opgedragen: het burgerlijk recht, het strafrecht en het belastingrecht.
De leden van de raad zijn ingedeeld in één van de drie kamers: de eerste of de civiele kamer, de tweede of de strafkamer en de derde of de belastingkamer. Verder kent de Hoge Raad een vierde kamer. Daarbij gaat het niet om cassatierechtspraak, maar om de behandeling van vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot schorsing of ontslag van rechters en onderzoek naar gedragingen van rechters over wie bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad is geklaagd. De vierde kamer wordt gevormd uit leden van de andere kamers.
Leden van de strafkamer van de Hoge Raad zijn op 1 november 2007 :
J.P. Balkema, G.J.M. Corstens .J.A. van Dorst, J. de Hullu, J.W. Ilsink, F.H. Koster, B.C. de Savornin Lohman , W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan en W.M.E. Thomassen.
De raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad hebben ,voordat zij lid van de Hoge Raad werden, verschillende functies bekleed.
Zo waren J.P. Balkema, G.J.M. Corstens, J. de Hullu voorafgaande aan hun benoeming hoogleraar in het strafrecht, was F.H. Koster advocaat, was J.A. van Dorst Advocaat- Generaal bij het parket bij de Hoge Raad en waren B.C. de Savornin Lohman ,W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan raadsheren in de Gerechtshoven te Den Haag en Amsterdam waren, terwijl W.M.E. Thomassen lid was van het Europees Hof ter bescherming van de Rechten van de Mens.
Sommige leden van de Hoge Raad, zoals bijvoorbeeld J.P. Balkema, G.J.M. Corstens .J.A. van Dorst, en J. de Hullu zijn gezaghebbende schrijvers van strafrechtelijke handboeken.
In het algemeen zoeken leden van de Hoge Raad als persoon niet de publiciteit en verschijnen er zelden dan wel nooit interviews met een van hun in bladen en of komen zij verder ook niet in het nieuws. Anders dan vele andere rechters in Nederland zijn zij ook niet zo ijdel dat zij. indien zij een uitspraak ondertekenen dit niet doen met vermelding van adellijke titels en of professoren- titels.
Van belang is verder dat leden van de Hoge Raad benoemd worden op voordracht van de Tweede Kamer, welke Kamer ook een gesprek heeft met een lid van de Hoge Raad voordat deze benoemd wordt en de Tweede Kamer zo een voordracht ook soms af kan keuren. Van een recente afkeuring de laatste 30 jaar is ons niets bekend, zodat de voordracht en de gesprekken die de leden van de Hoge Raad hebben met de benoemingscommissie soms wel een wassen neus genoemd zou kunnen worden door derden.
De tijd dat de te benoemen leden van de Hoge Raad als ongeschreven regel (mede) afkomstig moesten zijn uit een van de zuilen van de samenleving ( bijvoorbeeld een katholiek lid, een gereformeerd lid en een socialistisch lid) is verleden tijd.
Van de huidige samenstelling kan wel worden opgemerkt dat in tegenstelling andere juridische beroepen de leden van de Hoge Raad in hoofdzaak mannelijk zijn ( namelijk 80 procent), de leden in het algemeen meer dan 20 jaar werkzaam zijn in juridische beroepen en geen andere functies hebben uitgeoefend dan juridische functies en de leden allen uiterst autochtone achternamen hebben.
Over de juridische interesses en de juridische kwaliteiten van de individuele leden van de Hoge Raad komt weinig naar buiten. Uit de gepubliceerde nevenfuncties ( te vinden op www. rechtspraak nl ) komt ook niet een beeld naar voren van de leden van de Hoge Raad als waren zij vreselijke feestneuzen en of voetbalfans (niemand heeft gemeld dat hij naast raadsheer ook voetbaltrainer is) en of deelnemend aan de meest spannende en avontuurlijke activiteiten. Misschien is ogenschijnlijke saaiheid ook maar goed voor het beeld dat mensen van de Hoge Raad moeten hebben.
Het Parket
Het parket bij de Hoge Raad bestaat uit de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en 18 advocaten-generaal. De leden van het parket worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd, op voordracht van de procureur-generaal, gehoord de Hoge Raad. Op eigen verzoek of bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar wordt hun ontslag verleend. De aanstelling van de leden van het parket die de leeftijd van eenenzestig jaar hebben bereikt kan worden gewijzigd in een aanstelling als advocaat-generaal in buitengewone dienst.
De Procureur-Generaal wordt bijgestaan door een kabinetschef. Het parket behoort niet tot het openbaar ministerie en is onafhankelijk van regering en parlement. De procureur-generaal is op dit moment mr. J.W. Fokkens. Daarnaast heeft hij vele nevenfuncties, zoals hoogleraar Strafrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Mr Fokkens, tevens voormalig rechter, adviseert de Hoge Raad in zijn conclusies over strafrechtelijke vraagstukken. Naast hem wordt de Hoge Raad op strafrechtelijk gebied geadviseerd door de navolgende Advocaten-Generaal: mr. G. Knigge, mr. A.J.M. Machielse, mr. J. Wortel, mr. W.H. Vellinga. Tevens is thans werkzaam als Advocaat-Generaal in buitengewone dienst mr C. Bleichrodt. Het zijn allen mannen. Dat een vrouw ooit geschikt is geweest om advocaat-generaal de Hoge Raad te adviseren op uitsluitend strafrechtelijk terrein is onbekend.
Ook is niet bekend dat de juridische wereld kritiek heeft geleverd op het feit dat kennelijk alleen mannen tot dit strafrechtelijke ambt worden geroepen. De civiele Advocaten-Generaal zijn daarentegen overigens zowel van het mannelijk als vrouwelijk geslacht.
Zowel de Procureur-Generaal als de strafrechtelijke Advocaten-Generaal zijn gepromoveerd in het straf(proces)recht en een aantal zijn op dit moment tevens nog (bijzonder) hoogleraar in het strafrecht.
Ook voor de leden van het parket geldt dat uit de gepubliceerde nevenfuncties ogenschijnlijk lijkt dat saaiheid troef is.
Van de individuele kwaliteiten van het parket bij de Hoge Raad kan men zich een aanzienlijk beter beeld vormen dan van de individuele kwaliteiten van de leden van de Hoge Raad, dit doordat men kennis neemt van de conclusies die geschreven worden door een medewerker van het parket.
Zo valt op dat mr Jan Watse Fokkens als zeer lang redelijk bondig en to the point concludeert, mr Geert Knigge vaak zeer uitgebreid is, mr Ad Machielse graag in zijn conclusies verwijzingen maakt naar Duits Recht en naar Duitse strafrechthandboeken als H.H. Jescheck, Lehrbuch des Strafrechts, en of Schönke-Schröder, Strafgesetzbuch Kommentar (thans 27 e druk), geschreven door Adolf Schönke en Horst Schröder, Vellinga veel over verkeersrechtelijke problemen uitgebreid concludeert en Jules Wortel soms zeer kort is.
Uit conclusies van de Advocaten-Generaal kan men soms opmaken dat leden van het parket soms zeer bezorgd zijn over de kwaliteit van de Nederlandse Strafrechtspraak. Een mooi voorbeeld hiervan is een bekend conclusie van de voormalige Advocaat-generaal mr Nico Jörg die de Hoge Raad er op in zijn conclusie bij HR 25 januari 2005, nr. 01698/04, er op attendeerde dat kwaliteit van de Gerechtshoven er niet op voor uitging.
In het algemeen kan men wel opmerken dat sommige conclusies van de Advocaat-Generaal er geen sprake meer lijkt te zijn van adviezen aan de Hoge Raad waarin sprake is van een goede op de cassatieschriftuur toegesneden argumentatie , doch er veeleer sprake is van - om in de woorden van mr Wortel in LJNBB5384 te spreken – conclusies waarvan gezegd kan worden door zo een Advocaat- Generaal :
“Met een dozijn standaardtekstblokjes kom ik een heel eind. Welbeschouwd bestaat een groot deel van mijn conclusies uit zulke nietszeggende frasen en machtswoorden dat ik net zo goed zou kunnen opschrijven "het middel faalt en zulks behoeft geen nadere toelichting".
